In januari werd de wereld opgeschrikt door de aardbeving in Haïti. Gelijk was duidelijk dat er zo snel mogelijk veel hulp geboden moest worden. In Nederland was dan ook in no-time een actie op poten gezet om geld in te zamelen voor de slachtoffers. In de anderhalf uur durende tv-show waren enkele minuten ingeruimd voor schokkende beelden van het getroffen gebied. De rest van de tijd werd volgepraat door RTL-huppelkutje Linda de Mol en als klap op de vuurpijl mocht half Volendam samen een liedje zingen. Was je na dit spektakel nog niet overtuigd om gul te geven, dan werd je wel overgehaald door het bataljon aan BN’ers in het telefoonteam. Zo heeft Katja Schuurman heel mannelijk Nederland waarschijnlijk al bewogen de telefoon te pakken, in de stiekeme hoop op een stevig robbertje telefoonseks.
Je kunt je afvragen waarom een dergelijke actie nodig is om mensen geld te laten storten voor de slachtoffers van zo’n verschrikkelijke ramp. De beelden van lijken onder puin en huilende kinderen die op zoek zijn naar hun moeder zijn blijkbaar niet voldoende om mensen te bewegen. Is het zo dat deze beelden te heftig zijn om werkelijk tot ons door te dringen? Hebben we een soort emotioneel schild ontwikkeld om de ellende in de wereld te weren? Bij de huidige generatie adolescenten, die ik voor het gemak ‘onze generatie’ zal noemen, vind je deze emotieloosheid bij nieuws in ieder geval terug. We lijken weinig bewogen door de ingrijpende gebeurtenissen in de wereld. Vergelijk de oorlog in Irak met de oorlog in Vietnam zo’n vijftig jaar geleden, toen onze ouders met z´n allen op de dam stonden te protesteren. Wij voelen geen drang om de aandacht van machthebbers te trekken met spandoeken vol idealistische leuzen. Liever halen we onze schouders op en laten de ellende in de wereld gevoelloos aan ons voorbijgaan.
De apathische generatie
‘Het is een zappende generatie. Naast dat ze de nodige uren voor de tv zitten, zappen ze op het gebied van studies, bijbaantjes en relaties. De generatie wordt gekenmerkt door ongeïnteresseerdheid, passiviteit en egocentrisme. Ze verbergen zich voor de grote problemen achter een muur van inhoudsloos vermaak en zoeken het liefst de virtuele realiteit op.’ Het is het beeld van onze generatie dat heerst bij de ouderen, de woorden van het bekende omaatje die zich met een krakerig stemmetje beklaagd over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Klopt dit beeld en zo ja, hoe komt het dat onze generatie zo is geworden? In het pamflet ‘Boeiuh!, Het stille protest van de jeugd’ probeert Filosoof Rob Wijnberg deze vraag te beantwoorden. We spraken met hem in een lunchcafé, vlakbij zijn huis in Amsterdam en vroegen hem waarom onze generatie een dergelijke emotieloosheid bij nieuws heeft ontwikkeld. Wijnberg verklaart: ‘Natuurlijk is er is altijd een groep jongeren geweest die zich niet bezighoudt met maatschappelijke kwesties of politiek. Echter, als ik het heb over ‘de studerende elite’, zie je een duidelijk verschil met vroeger. Deze groep jongeren hield zich, in tegenstelling tot onze generatie, altijd met meer bezig dan hun eigen toevallige leven. Wij zijn over het algemeen wel goed op de hoogte, maar we worden tot niets bewogen. Toen ik tijdens mijn studententijd constateerde dat jonge mensen heel cynisch en ongeïnteresseerd omgingen met nieuws, ben op zoek gegaan naar de oorzaken van deze apathische houding. Voor een deel zijn we gewoon domweg realistisch. We weten dat onze eigen invloed bij de aanpak van wereldproblemen te verwaarlozen is en lachen om de naïviteit van de hippies die demonstreerden tegen kernbommen. Om idealistisch te zijn moet je tegen beter weten in je ogen sluiten voor bepaalde onmogelijkheden. Dit heeft onze generatie afgeleerd als gevolg van een groot realiteitsbesef. Het gevolg hiervan is dat we ons zelf helemaal wegcijferen, het maakt immers toch niet uit waar je voor staat of waar je op stemt.’
Ik studeer, dus ik ben?
De adolescentie wordt veelal gezien als een tijd waarin je op zoek gaat naar je identiteit en erachter komt wie je bent en waar je voor staat; niks ligt nog vast. Als jongere is in eerste instantie je sociale identiteit belangrijk, de groep waar je bijhoort. Later maken mensen zich meer los van de groep en gaan op zoek gaan naar wie ze zelf echt zijn. De huidige generatie adolescenten lijkt zich echter zo min mogelijk op een identiteit vast te willen pinnen. ’Dus ik ben’ is het nieuwste boek van Wijnberg (in samenwerking met Stine Jensen) en behandelt deze zoektocht naar identiteit: ‘In het boek hebben we verschillende invalshoeken gebruikt om te bepalen hoe mensen hun identiteit vaststellen. Een voorbeeld hiervan is de invalshoek ‘ik denk, dus ik ben’, die de mens belicht als rationeel wezen. ‘Ik heb lief dus ik ben’ zie je veel terug bij moeders. Moeders ontlenen hun identiteit voor een groter deel aan het moederschap dan vaders. Een andere invalshoek die veel wordt gebruik tegenwoordig is ‘Ik werk dus ik ben’, na je naam en leeftijd noem je meestal als eerst je beroep. ‘Ik word erkend dus ik ben’ vind je terug op profielensites als Facebook en Twitter waarbij het aantal vrienden de mate van erkenning bepaalt. Vroeger stond je identiteit bij je geboorte vast. Tegenwoordig heb je deze volledig zelf in de hand. Als je voor een dubbeltje geboren bent, kun best een kwartje worden. Je identiteit is dus niet meer vanzelfsprekend. Hier komt nog bij dat er bijzonder veel keuze tussen verschillende identiteiten. Misschien dat onze generatie daarom de neiging heeft zo min mogelijk een identiteit aan te nemen.’
Overvloedigheid kent geen tijd
Gaat het wel goed komen als deze identiteitsloze generatie straks de macht in handen krijgt? Wijnberg is geen doemdenker: ‘Dat onze generatie is zoals ze is, is een gevolg van de welvaart die heerst in de westerse wereld. Iedereen is vrij, we kunnen doen wat we willen, iets waar de mensen vroeger alleen maar van konden dromen. Dat de samenleving dit punt heeft bereikt, is een prestatie van wereldformaat. We beseffen ons te weinig hoe we tot dit punt zijn gekomen, omdat we nooit slechte tijden hebben meegemaakt. Je merkt wel dat de huidige wegwerpcultuur ook een tegenreactie oproept. Zo staat duurzaamheid tegenwoordig hoger op de politieke agenda.’
Wijnberg ziet de houding van de generatie die hij beschrijft dan ook niet als verwerpelijk. ‘De emotieloosheid bij verschrikkelijk nieuws kun je paradoxaal genoeg zien als een reactie van betrokkenheid. We zien ook wel dat er grote wereldproblemen zijn die om een oplossing schreeuwen, zoals de strijd tegen het terrorisme en het broeikaseffect. Onze oplossing is om het wat rustiger aan te doen. Figuren als Wilders vinden bij ons weinig aanhang, omdat ze juist doen waar we ons van afkeren: alles opblazen en tot absurde porporties uitvergroten.’
over Rob
Rob Wijnberg is opgegroeid in Groningen, de stad waar hij op zijn achttiende begon met de studie bedrijfskunde. Twee feestjaren later besloot hij naar Amsterdam te gaan. Hier vergooide hij eerst een jaar op de toneelschool. Omdat hij op zoek was naar meer uitdaging op intellectueel gebied schreef hij zich in bij filosofie. Inmiddels is hij afgestudeerd en schrijft hij columns voor onder andere NRC Next en zijn er al enkele boeken van hem verschenen waarin hij vanuit filosofisch perspectief zijn licht laat schijnen over de actualiteit. Hoe je ingewikkelde gedachtegangen van wereldvreemde snuiters die al eeuwen dood zijn kunt betrekken op actuele kwesties als het integratiedebat of de vrijheid van meningsuiting? Volgens Wijnberg kan dat prima: ‘Filosofie wordt meestal gezien als heel abstract en academisch. Ik zie filosofie meer als iets alledaags, ieder mens heeft een bepaalde filosofie of denkwijze. Ik ben er ook niet op uit om de gedachtegang van een Nietzsche op te dringen. Het is mijn bedoeling om mensen inzicht te geven in de manier waarop we denken of waar bijvoorbeeld een opvatting van een politicus vandaan komt.’ Meer info: www.robwijnberg.nl
You are viewing a mobilized version of this site...
View original page here