Nog nooit was iemand zo lang trainer van FC Groningen als Ron Jans. De geboren Zwollenaar kan zijn succes en dat van de club relativeren. ‘Grootspraak past niet bij ons.’
Ron Jans is trots, al vindt hij dat overdreven om te zeggen. Ruim zes jaar is hij hoofdtrainer van FC Groningen. Hij is daarmee de langstzittende trainer in de geschiedenis van de club. ‘Ze houden je niet zo lang vast aan je contract als het niet bevalt’, geeft Jans aan.
Maar hij blijft met beide benen op de grond staan. ‘Mensen kijken soms naar je op, maar dat is niet nodig. Iedereen is gelijk’, zegt Jans in het restaurant van de Euroborg, De Groene Kathedraal. Op de achtergrond klinkt het geroezemoes van lunchende mensen.
Glossy en glamour
De nuchtere kijk van Jans past bij een club als FC Groningen. ‘We hebben van de week hard moeten lachen om een stuk in Voetbal International’, verhaalt de vijftiger met een glimlach. ‘Het ging over boerenbluf, over een uitspraak van onze algemeen directeur, die na de 5-0 overwinning op Volendam in de persruimte iets te vrolijk was. En dat is allemaal genoteerd. Grootspraak past eigenlijk niet bij ons.’
Die instelling vertaalt zich ook naar het soort spelers dat de club aantrekt. De persoonlijkheid van een voetballer wordt uitvoerig onderzocht. ‘De houding van iemand in het veld komt meestal overeen met hoe iemand buiten het veld is’, vertelt Jans terwijl hij met een papiertje in zijn handen speelt.
‘Hoe gaat hij om met beslissingen van de scheidsrechter, hoe gaat hij er mee om als hij twee ballen achter elkaar verkeerd speelt? Als hij naar spelers gebaart van wat een waardeloze bal, vinden wij dat soort lichaamstaal niet bij Groningen horen.’
De geboren Zwollenaar is wars van sterallures. ‘Als je kijkt naar de grote sterren, de Ronaldinho’s, hoe die zich gedragen. Dat is glossy en glamour en daar heb ik dus niks mee. En de club ook niet. Voor sterallures ben ik allergisch.’
Makkelijk en slordig
FC Groningen doet de laatste drie seizoenen van zich spreken en behoort tot de subtop van Nederland. Om mee te blijven doen om Europees voetbal blijft de club actief scouten, maar het is steeds lastiger om nieuw talent te vinden.
‘Steeds meer landen hebben meer geld dan Nederlandse clubs’, zegt Jans. ‘Bij Groningen kunnen we qua transferbedragen best wat dingen doen, maar qua salaris willen we geen miljoen euro betalen.’
Voetballers die naar Groningen komen zijn meestal jonge spelers die niet kiezen voor het grote geld, maar zich nog door willen ontwikkelen. ‘Dat lukt met buitenlanders makkelijker dan met Nederlanders’, vertelt Jans. We wilden afgelopen zomer graag Meeuwis [Roda JC - red.] en Wisgerhof [NEC - red.] halen, maar wij kunnen hun salaris niet betalen. Die jongens willen meer verdienen dan bij hun huidige club, dat is logisch.’
Volgens Jans zijn er privépersonen die gedeeltelijk het salaris van die spelers betalen. ‘Maar ik ga niet over het geld. Ik geef technisch advies. Met onderhandelingen wil ik me niet bemoeien, want daar heb ik niks mee.’
Conflicten
De vrouw van Jans komt ondertussen aan tafel zitten. Ze luistert terwijl haar man vertelt over de Ron Jans van vijfentwintig jaar geleden. ‘Ik was soms wel wat makkelijk en slordig, maar dat heb ik nu helemaal niet meer. Ik ben heel punctueel, ik bereid alles voor. Ik heb er een hekel aan om op het laatste moment allerlei dingen nog te doen.’
Jans herinnert zich hoe hij zich vroeger voorbereidde op toetsen. ‘Dan was het toch van, we gaan deze hele nacht maar even door, dan zit het er morgen wel weer in’, grinnikt de hoofdtrainer.
Jans memoreert een ‘geweldige uitspraak’ die hij recent heeft gelezen. ‘Hoe ouder je wordt, hoe meer je op jezelf begint te lijken. Je komt er achter wat je kunt en niet kunt, wat je wilt en niet wilt. Je wordt steeds bewuster van dingen. Als je jong bent word je nog geleefd door de waan van de dag. Als ik naar mijn oudste zoon kijk, en zie waar hij zich druk over maakt. Dat deed ik toen ook, maar nu niet meer.’
Eén van de dingen die Jans heeft geleerd is omgaan met kritiek. ‘Vroeger was ik een beetje bang om het oneens te zijn met iemand, maar nu helemaal niet meer. Ik vind conflicten hartstikke nuttig.’
Scherp tegen scherp
Jans vertelt meerdere malen dat hij het omgaan met groepen mensen en samen naar een doel toewerken fantastisch vindt. ‘Als er dan ook nog een grasveld en een bal ligt, is het helemaal mooi’, zegt de trainer.
Twee jaar geleden gaf hij college aan de RUG voor het vak ‘Gedrag in organisaties’. ‘Ron Jans komt en dan ineens zitten de collegebanken vol’, grijnst de coach. Hij wil graag interactie met de toehoorders. Vragen en opmerkingen zijn welkom. ‘Maar als iemand ook maar een beetje kritiek heeft, dan ga ik er meteen bovenop.’
Ook tegen journalisten is Jans gevat. ‘Het gaat om scherp tegen scherp. Je probeert op een subtiele manier iets aan te geven.’
‘Vorig jaar vroeg een journalist of ik niet bang was dat mijn spelers zich spaarden voor de bekerwedstrijd tegen Feyenoord. Terwijl die wedstrijd niet eens op het programma stond. Dan zeg ik ook dat hij zich beter moet voorbereiden. Maar dat knippen ze natuurlijk uit de opname’, vertelt Jans smalend. ‘Als het hun beroep is en ze bereiden zich niet goed voor, daar heb ik een hekel aan.’
Verliest Jans ook weleens een woordenstrijd? ‘Ja, met mij’, onderbreekt zijn vrouw. ‘Ja, altijd’, beaamt Jans lachend.
Tekst: Herwin Thole en Rosanne Schepers
Fotografie: Hanne van der Velde
You are viewing a mobilized version of this site...
View original page here